Blink

Werken met de methode Blink

Dit schooljaar zijn we in groep 5-6 en groep 7-8 gestart met een nieuwe methode voor de zaakvakken genaamd Blink. Een totaalmethode gebaseerd op thematisch onderwijs waarin de domeinen Aardrijkskunde, Cultuur, Geschiedenis, Techniek en Natuur aan bod komen. Door het gebruik van de methode Blink leren de kinderen door ontdekkend en onderzoekend leren, waarbij ook vaardigheden en technieken worden aangeleerd en geoefend.

Een overzicht van de thema’s die aan bod komen in groep 5 t/m 8

Vaardigheden en Blink Wereld – geïntegreerd
In de thema’s van Blink Wereld – geïntegreerd komen zowel kennis als vaardigheden aan bod. De leerkracht bepaalt per thema aan welke vaardigheden expliciet aandacht gegeven wordt. Dat kan per groep verschillen, maar ook per thema. De methode geeft aan welke vaardigheden in ieder geval aan bod komen per thema, maar de leerling kan, in overleg met de leerkracht, hierin ook eigen aanvullende keuzes maken.

De vaardigheden zijn uitgewerkt in vaardigheidskaarten en zijn als kaartjes en digitaal te raadplegen door de leerlingen.

Voor onderstaande vaardigheden heeft Blink kaarten beschikbaar:

–        Atlas gebruiken
–        Betrouwbare website vinden
–        Brainstormen
–        Conclusie trekken
–        Discussie voeren
–        Doelen stellen
–        Doorzetten
–        Enquête houden
–        Filmpje maken met je mobiel
–        Focussen
–        Handig lezen
–        Idee bedenken
–        Iemand in de tijd plaatsen
–        Informatie zoeken op internet
–        Informatieve tekst schrijven
–        Inleven in iemand
–        Interview houden
–        Mindmap maken
–        Onderzoeksvraag bedenken
–        Ontwerp maken
–        Plan van aanpak maken
–        Presentatie maken
–        Prezi maken
–        Probleem oplossen
–        Prototype maken
–        Samenvatting maken
–        Samenwerken
–        Verhaal schrijven
–        YouTube gebruiken

 

Hoe ziet het werken met een Thema eruit?

Intro – stap 1
De thema’s starten met een introductie, waarin de doelen en het gezamenlijke eindproduct aan bod komen, maar ook de vaardigheden die belangrijk zijn of bij dit thema geoefend worden, zoals oefenen met de opbouw van een verhaal, het maken van een samenvatting, het opzoeken op internet, het voeren van een discussie of het doen van een proefje. De leerkracht kan een keuze maken uit 29 vaardigheden.

Onderzoekslessen – stap 2
Vervolgens krijgen de kinderen in de vier door de leerkracht en de methode geleide onderzoekslessen naast de inhoud een basis aan vaardigheden aangeboden die gezamenlijk met de hele klas worden geoefend. De lessen zorgen er voor dat de kinderen in hun eigen onderzoek op een hoger niveau uit kunnen komen. Tevens biedt dit de zekerheid dat alle kerndoelen voor wereldoriëntatie worden gedekt. De 21st century skills komen ook in deze lessen aan bod, maar kunnen expliciet behandeld en uitgebreider geoefend worden bij stap 4: het vrije onderzoek.

Test jezelf – stap 3
In deze stap ‘testen’ de kinderen wat ze al weten. De opgedane kennis in combinatie met hun eigen interesses gebruiken ze als basis voor het Eigen onderzoek in stap 4. In deze stap 3 is er niet expliciet aandacht voor de vaardigheden en gaat het met name om de inhoud. Wel kunnen leerkrachten er zelf voor kiezen om ook de vaardigheden hier een plek te geven, door bijvoorbeeld aan de kinderen te vragen aan welke vaardigheid ze graag zouden willen werken. Dat kunnen ze dan meenemen in de opzet van het Eigen onderzoek in stap 4.

Eigen onderzoek en Presentatie – stap 4 en 5
Na de Test jezelf formuleren de kinderen hun eigen onderzoeksvraag, doen ze onderzoek, maken ze een eigen product en werken ze samen toe naar de eindpresentatie. In deze stappen hebben ze verschillende vaardigheden nodig, zoals een onderzoeksvraag bedenken, een plan van aanpak maken of een presentatie samenstellen. Deze vaardigheden worden besproken en geoefend. Daarnaast kan de leerkracht ervoor kiezen om aandacht te besteden aan extra vaardigheden die goed bij een thema passen, zoals de vaardigheden Samenwerken of Enquête houden als je een partij gaat oprichten of een Prototype maken als je iets gaat uitvinden.

Evaluatie – stap 6
Elk thema eindigt met een evaluatie. In het logboek is hiervoor per thema een schema opgenomen waarin de kinderen kunnen aangeven hoe ze hebben gewerkt met de criteria van het thema, maar ook met de vaardigheden van de onderzoekscyclus. Zo geven ze bijvoorbeeld aan in hoeverre het lukte om een goede onderzoeksvraag te bedenken of het eindproduct goed te presenteren. Daarnaast kunnen ze hier de extra vaardigheden – die de leerkracht heeft gekoppeld aan het betreffende thema – evalueren.

Bij elke stap hoort een logboek.

Hierin wordt het doel van de stap uitgelegd en de opdrachten toegelicht (Dit ge je doen en dit ga je leren / oefenen)

In het logboek worden opdrachten gegeven, is ruimte voor uitleg en (achtergrond)informatie, wordt aangegeven waar eventueel aanvullende informatie te vinden is en kunnen denk- en discussievragen worden gesteld.

Voorbeeld logboeken thema Ik hou van Holland
logboek 1
logboek 2
logboek 3
logboek 4

Topografie:
In verschillende thema’s komt de topografie van Nederland, Europa en de wereld aan bod. De lesstappen en de toetsen bevatten ook topografievragen. Na overleg met de methode ontwikkelaars en andere gebruikers zijn wij tot de conclusie gekomen dat Blink! op dit moment nog topografie aanbiedt aan de leerlingen die niet voldoet aan onze verwachtingen. Wij vinden het belangrijk dat de kinderen in groep 5/6 de topografie van Nederland leren en in groep 7/8 de topografie van Europa/wereld. Daarom hebben wij ervoor gekozen om gebruik te maken van de leerbladen topografie uit de methode Argus Clou. De kinderen en wij zijn hiermee bekend omdat wij hier voorgaande jaren al mee gewerkt hebben. Voor de topografie toets krijgen de leerlingen oefenbladen mee naar huis. Daarnaast hebben ze wel de mogelijkheid om via de thuisinlog van basispoort (waar ze ook het huiswerk van nieuwsbegrip maken) te oefenen met Topomaster.

Kerndoelen
Vanzelfsprekend komen tijdens het werken met Blink de kerndoelen aan bod.
Ze zijn in vier groepen ondergebracht

  • Mens en Samenleving (kerndoel 34 t/m 39)
  • Natuur en techniek (kerndoel 40 t/m 46)
  • Ruimte (kerndoel 47 t/m 50)
  • Tijd (kerndoel 51 t/m 53).

De kerndoelen van Natuur en techniek, Ruimte en Tijd komen allemaal aan bod. Van Mens en Samenleving komen de kerndoelen 36, 38 en 39 aan bod, omdat die aansluiten bij thema’s die gaan over het ontdekken van de wereld.

Hoe en waar deze kerndoelen in de twintig thema’s van Blink Wereld groep 5 tot en met 8 terugkomen is in dit overzicht te zien. 

Van de kerndoelen Mens en Samenleving komen de kerndoelen 34, 35 en 37 niet expliciet aan bod in de thema’s, omdat ze lastig te verbinden zijn aan thema’s die over de wereld gaan (het kerndoel gaat bijvoorbeeld meer over het kind zelf), omdat er andere methodes voor zijn (verkeer) en omdat de invulling ervan per school zeer kan verschillend (zoals aandacht voor waarden en normen).

Op De Schoof komen deze aan bod tijdens de lessen Trefwoord, Goed Gedaan (SEO), maar ook tijdens alle activiteiten die vallen onder “Burgerschap”.

kerndoel 34
De leerlingen leren zorg te dragen voor de lichamelijke en psychische gezondheid van henzelf en anderen.

kerndoel 35
De leerlingen leren zich redzaam te gedragen in sociaal opzicht, als verkeersdeelnemer en als consument.

kerndoel 37
De leerlingen leren zich te gedragen vanuit respect voor algemeen aanvaarde waarden en normen.